Als eerste zal onze voorzitter, Paul Lenglez, onderworpen worden aan de opgestelde vragen. Op het einde van zijn
interview zal hij de volgende kandidaat aanduiden.
Alle AVK leden zullen aan bod komen!!
Ik ben Frank Winter, 45 jaar geleden zag ik voor het eerst het licht in Oostende. Velen onder jullie zullen nu zeggen de Winter ne viskop, ja mannen maar daar heb ik maar drie jaar gewoond, en dan zijn we terug naar Antwerpen getrokken, vader was toen officier bij de marine. Daar het varen me met de paplepel is ingegoten ben ik op men 17e in mijn vader zijn voetsporen getreden en op een sleepboot gaan varen. Dat doe ik ondertussen al 29 jaar in de machinekamer, nu voornamelijk op de Schelde, doch vroeger op zeesleepboten, zo heb ik toch een stukje van de wereld gezien. Mijn andere hobby naast karpervissen is voetbal dat heb ik tot mijn 38e gedaan , daar ben ik mee gestopt toen de jeugd me voorbij stormde en ik inzag dat het voorbij was. Ik ben ook een hevige supporter van Beerschot.
Met vissen ben ik begonnen door, vanaf men 6 jaar ongeveer, met mijn vader mee te gaan vissen op paling, toen op fort Saint Marie in Kallo wat toen een marinebasis was. Een paar jaar later zijn we op Linkeroever gaan wonen, het Galgeweel lag vlak achter de hoek dus zat ik daar ieder vrij moment te vissen, met de vaste stok en een hengel op de paling, Daar is mijn eerste kennismaking met karper geweest die toen op een steurgarnaal mijn waker (toen nog een wasspeld, he Paul) tot tegen men hengel trok en ik niet wist wat er gebeurde tot ik het monster van een kg of 6 in mijn net had liggen. Vanaf toen had de karperkoorts me te pakken, ik was toen een jaar of 10. Informatie in die tijd was er gewoon weg niet, ik had het geluk dat er altijd een oudere visser op karper zat te vissen (voor de insiders aan het “Sluizeke”), die leerde me de knepen van het vak een beetje, toen nog met deeg en blikmais op de haak. Uren heb ik daar versleten en me geamuseerd met mijn vismakker den Dennis van Burcht. Maar kleine jongens blijven niet klein en ik ging toen op alles jagen wat een rok aanhad, en daardoor kwam het vissen wat op de achtergrond. Tot men vader in Bornem op de Krageweel een vishuisje kocht en ik terug vetrokken was, ik zal toen een jaar of 24 geweest zijn.
Zoals de meeste onder jullie wel weten, heb ik een hachelijk avontuur beleefd toen mijn sleepboot kapseisde en op miraculeuze wijze aan de verdrinkingsdood ontsnapt ben. Mijn collega en vriend Pierre is spijtig genoeg verdronken die dag. Wel sindsdien zijn alle momenten in mijn leven voor mij speciaal. Carpe dieme. Ik kan nu genieten van dingen waar ik vroeger niet bij stilstond, me druk maken om een blank dat is verleden tijd, iedere vis die ik nu vang groot of klein, het is voor mij allemaal ok. Mijns inziens hou je het zo ook veel langer vol, als je alleen maar voldoening hebt bij het vangen van grote vissen zal de fun er rap af zijn. Ik heb er dan ook al veel weten komen en gaan in onze hobby.
Mijn voederboot met dieptemeter, vind ik wel een handig tuigje. Als alles werkt uiteraard, want ik heb dat ding ook al naar de diepste krochten van de hel verwenst.
Ik vis meestal met een combi rig, jellywire van pb en heb veel vertrouwen in de anti-eject haak van pb nr 6, hier verspeel ik weinig of geen vissen aan. Voor de rest durf ik al eens een pop-upje inzetten, doch kan niet zeggen dat ik hier ooit al een vis meer aan heb gevangen. Ik heb dit ooit eens uitgetest, een hengel met pop-up en een met grondboilie. De grondboilie kwam hier duidelijk als winnaar uit, in de maten van 5 vissen op een.
Ik vis met boilies en partikels dooreen als ik zie dat de andere vissers alleen met boilies vissen, en dit heeft me in het verleden geen windeieren gelegd. Ik maak mijn mix nog altijd zelf. In het voorjaar zal ik met vismeel boilies vissen, tot ongeveer half september en dan schakel ik over naar birdfood boilies die goed verteerbaar zijn. Heb me ooit in Hofstade zo buitenspel gezet door met zware vismeelboilies te blijven voeren in het najaar, ik zag mijn vangsten zo verminderen naarmate het jaar verstreek.
Wel tegenwoordig zoek ik meer de waters uit waar ik mijn auto achter mij kan zetten. Ik ben al dat gesleur met een kar grondig beu. Alhoewel ik toch nog heel graag in Hofstade zit te vissen. Kanalen spreken me ook nog steeds aan, zeker het Kempisch waar ik graag vertoef.
Veel aan het water zijn, informatie van de locals, en met mijn dieptemeter erop als het is toegelaten uiteraard.
Ik zit nog boordevol plannen, vissen in Frankrijk vind ik zalig, liefst zo ver mogelijk van de bewoonde wereld waar je tot rust komt en geen stinkende snelweg in de buurt. Ook zijn der hier nog een paar waters in de buurt waar ik me ook nog eens goed op ga toeleggen.
Wel ik geef de pen door aan Mario Gijbels,
Graag wat uitleg over smaakmakers in boilies en wat vindt hij nog van flavours in boilies!!!
Frank Winter
Mijn naam is Peter Nys, ik ben geboren en getogen in het oudste stadje van België, namelijk Tongeren. Eveneens de thuisbasis van Ambiorix, een van de bekendste figuren van de Galliërs. Ik ben ondertussen 36 jaar en woon samen met mijn vriendin Kristel. In het dagelijkse leven ben ik Safety Leader in een schokdemperbedrijf Tenneco ( het vroegere Monroe). Een job met serieus wat uitdaging !! Andere hobby’s buiten het karpervissen zijn voor mij computers, zowat alles wat met computers te maken heeft wekt mijn interesse. Het laatste decennia heeft ook het internet meer en meer te beiden over onze hobby.
Ik ben zelf moderator op het forum van www.riviervissen.be
Samen met een aantal andere rivier- en kanaalvissers proberen wij het forum in goede banen te leiden. Hetgeen ons tot nu toe nog wonderbaarlijk goed lukt ook !!
![]() |
In feite vis ik reeds sinds mijn 6-7 jaar, in die periode viste ik hoofdzakelijk samen met mij vader. We visten voornamelijk op voorn en brasem. Op mijn 11 jarige leeftijd kwam ik in contact met de lokale hengelsportclub en ging ik ook meer en meer in mijn eentje of samen met vrienden op de vijver van de club vissen. Het is op deze vijver dat ik voor het eerst in contact ben gekomen met onze vriend karper. Ik viste er hoofdzakelijk met de vaste stok en op regelmatige basis kwam er al eens zo’n kanjer aan de het veel te fijne tuigje te hangen. Aangezien ik toch nieuwsgierig was naar deze krachtpatsers zaagde ik mijn ouders de oren van hun lijf om toch maar een werphengel te krijgen. Na een paar weken hebben ze dan toch maar toegekend en kon ik met een werphengel van 2.70m aan de slag gaan. Het aas bestond toen nog niet uit boilies maar hoofdzakelijk uit deeg. In het begin viste ik meestal met de dobber met wat deeg gemaakt uit brood en gele pudding poeder. Later ging ik over naar het freelinen en begon ik andere deegjes te maken. Vooral op basis van hondenbrokken en schappenbix. Een paar jaar later ben ik beginnen experimenteren met boilies. Die eerste recepten waren werkelijk een ramp, de hele keuken hing van kop tot teen vol met deeg en eierstruif. Dit tot grote ergernis van mijn moeder !!
In feite zijn er verschillende momenten geweest die wel wil aanhalen. Maar ik ga het echter houden op een sessie die ik in een begin periode op de rivier de Maas
heb meegemaakt. Hetgeen ik die nacht had meegemaakt had ik nog nooit gezien of gehoord. Ik ving in die nacht 8 vissen waarvan 3 vissen boven de 10 kg, 3 vissen boven de 15 kg en als kers op de taart 2 x 20 kg plus vissen met als topper een spiegel van 22 kg !! Dit alles op een goeie 7 uurtjes vissen !!!
Het meest interessante hulpmiddel is voor mij de boot of voerboot. Beide kan ik in mijn huidige visserij niet meer wegdenken. Ze zijn essentieel geworden aangezien je er op relatief korte tijd een water mee in de kaart kan brengen. Ook het bevissen en bevoeren van stekken die buiten werpafstand liggen draagt hier aan bij. Ik beschik zowel over een voerboot als over een zodiac. De voerboot gebruik ik meestal op waters waar je met een gewone boot niet op mag.
Op gebied van rigs hou ik het meestal vrij eenvoudig. Superrigs en ingewikkelde systemen zijn niet aan mij besteed. Een simpele combirig voorzien van een klauwhaak type C440 van Ashima of een haak met rechte punt type C887, eveneens uit het assortiment van Ashima. Op waters waar er weinig tot geen obstakels zijn vis ik meestal gewoon met een nylononderlijn. De haak wordt in de meeste gevallen afgewerkt met een line-aligner.
![]() |
Ik heb een voorkeur voor boilies dit omwille van hun selectieve karakter. Ik probeer echter altijd zo klein mogelijk aas te gebruiken. Daarmee wil ik zeggen dat ik goed kijk naar het witvisbestand. Indien dit quasi nul is dan gebruik ik hoofdzakelijk 10 en 15 mm boilies. Vaak voer ik ze gemengd zodat de karpers minder argwaan krijgen. Indien er meer witvis zit, dan schakel ik over naar de diameters 20 en 24. Ook hier voer ik ze gemengd.
Ik heb sinds een paar jaar het geluk om voor het merk Dream Baits te mogen vissen. Dit voordeel heeft mij zeker geen windeieren gelegd. De uitgebreide kennis van Mario Gijbels draagt er aan bij dat ik steeds met superaas aan de oever van het water kom te staan. Mijn voorkeur gaat uit naar visachtige dingen. Vooral de Krill en octopus boilies staan bij mij op nummer 1, op stipt gevolgd door de mistery-boilies. Partikels gebruik ik echter zelden. Buiten hennep en wat zoete mais gebruik ik ze zo goed als niet. De 2 laatste meng ik vaak met een paar kg pellets. Op die manier krijg je een geweldig attractief aas dat op relatief korte tijd veel vis op de stek brengt !!
De laatste jaren heb ik voornamelijk op de rivier de Maas gevist. Het gaat hier om een vrij ruige, maar relatief eenvoudige visserij. Als je de juiste stekken op de juiste momenten bevist is het vaak een combinatie van goed voeren en lekker vangen. Het bestand op deze rivier is goed tot zeer goed te noemen. Hetgeen wil zeggen dat je er vissen van allerlei slag kan gaan vangen. Vaak zijn het dan nog eens ijzersterke vissen die slechts zelden een haak hebben gezien. Ook de drukte op deze rivier valt heel goed mee, hoewel het de laatste tijd steeds drukker begint te worden. Er is echter plaats genoeg op andere stukken aangezien slechts enkele stukken druk bevist worden.
Wanneer ik mij op een nieuw (voor althans) water stort probeer ik eerst zoveel mogelijk info te vergaren over het bestand, vangplaatsen, vangstgegevens etc... Een aantal van deze dingen zijn van belang als je een voercampagne wil starten. Een volgende stap is dat ik zoveel mogelijk aan het water zelf te vinden ben. Via observeren kun je vaak zeer goeie info te weten komen. Je kan hierdoor te weten komen waar de vissen zich ophouden in iedere periode van het jaar. Als ik voldoende info hierover heb, ga ik kijken welke stekken interessant genoeg zijn om uit te gaan peilen. Eenmaal dit werk achter de rug begin ik te voeren en na een 3 tal voerbuurten begin ik er met vissen. De hengels plaats ik meestal op verschillende dieptes om zo de trekroutes van de vissen te kunnen bepalen. Als je met al deze dingen rekening houd zal de puzzel in elkaar passen en zul je ook beloond worden voor het harde werk !!
Ik zou graag een eigen water in beheer hebben. Een water waar ik zelf kan bepalen wat voor vissen erin zwemmen. Een water waar je vissen in kan zien opgroeien van visje van 2 kg naar een bak van boven de 20 kg. Dit is wat mij betreft een volgende stap binnen mijn hobby. Ik begin de laatste jaren meer en meer interesse te krijgen in het visstandbeheer. En wees nu eens eerlijk, wat is er mooier dan een visje dat je zelf hebt uitgezet zien doorgroeien naar een werkelijke gigant?
Ik zou graag de pen willen doorgeven aan Frank Winter.
Piet Vogel geboren 31 maart 1961 te Amsterdam
Gehuwd vanaf 1987 met Esther en sinds augustus 2007 trotse vader van Suzanne Vogel
Huidige woonplaats Tessenderlo
Beroep Timmerman 10 jaar lang een aannemers bedrijf gehad. Helaas wegens gezondheidsredenen (reuma) daarmee moeten stoppen.
Tegenwoordig fulltime karpervisser. Oprichter en mede eigenaar van PB Products .
![]() |
Vissen is mij met de paplepel ingegoten. Mijn vader en moeder waren echte hengelsportliefhebbers en iedere zaterdag en zondag werden wij opgehaald door mijn 20 jaar oudere broer om in ergens in Noord-Holland te gaan baarzen. De eerste herinnering die ik daarvan voor mij kan halen was dat ik zo’n beetje vier jaar was. De hele week was ik dan al bezig om een hengeltje en een dobbertje zelf te maken. Zo’n hengeltje maakte ik dan bijvoorbeeld van een uitschuifbare antenne en de dobber meestal van een stukje kurk. De haken vond ik op de markt achter de visstal. Natuurlijk ging dat altijd mis en moest ik alsnog met een hengel van broerlief aan de gang maar dat deerde mij niet. Deze visweekenden kwamen helaas ten einde toen mijn vader op mijn negende jaar overleed. Vanaf mijn tiende jaar mocht ik in het weekend vissen met mijn neef Piet die in die tijd een bekende snoekbaarsvisser was. Nou dat vond ik echt super, helemaal gek was ik daarvan. Snoekbaarzen deden wij op de Vecht bij Muiden of op het Amsterdamse IJ en dat gebeurde altijd met de pen en spiering. Ik was er echt verslaafd aan en dacht aan niets anders. Dat ging op een gegeven moment natuurlijk ten koste van mijn schooltijd die volgens mij veel te lang was. Na een tijdje kwam ik er achter dat het wel heel gemakkelijk was om een dagje te spijbelen. Zelf schreef ik dan een briefje en dat ging altijd goed. Leren ging mij heel gemakkelijk af en overgaan en daarna examens maken waren geen enkel probleem alleen de grote aantallen verzuimdagen vielen op een gegeven moment op bij mijn moeder. Gelukkig kon ik haar als enig thuiswonend kind zonder vader alles op de mouw spelden.
In 1978 kwam ik voor het eerst in aanraking met het karpervissen. Tijdens een weekendje op de camping bij een toenmalige vriendin kon ik met een paar bekenden van haar mee naar de karperput in Scharwoude. Deze ervaren putvissers visten met een vies ruikend deeg gemaakt van hondenbrokken gemengd met trouvit en brinta. Die avond ving ik op een snoekbaarshengel een karper van 61 cm en ik was meteen verkocht.
Daarna heb ik daar een jaar lang gevist op alle mogelijke manieren: penvissen ‘s morgenvroeg voordat de meute arriveerde daarna overschakelen op het afstandvissen en de laatste uurtjes gingen de korsten te water. De hele dag werd door mij benut, dan snel naar huis om de volgende dag weer als eerste aan het water te zijn. Op de weg naar de put reed ik altijd over een sluisje van het IJsselmeer. Voor dat sluisje lag een mooie kom die rondom voorzien was van vrijstaande rietstengels. Op een warme dag stopte ik daar eens en keek vanaf de sluis de kom in. Zag ik dat nu goed? Zwom daar een groepje karper? Ja hoor midden in de kom zwom een schooltje karper en meteen smeedde ik een plan om daar te gaan vissen. Die stek heb ik twee jaar helemaal in mijn eentje kunnen bevissen en ik heb er de basis gelegd van mijn huidige karpervisserij. Het vissen deed ik daar met twee hengels. Eén op afstand met een hele aardappel en de tweede hengel met de pen strak tegen de rieten. In die twee jaar heb ik vele karpers gevangen maar het gewicht (tot 15 pond) bleef een beetje achter. Ik hoorde verhalen in de hengelsportwinkel dat er in Amsterdam West regelmatig vissen werden gevangen van meer dan twintig pond. Dat wilde ik ook en zo werd mijn ultieme karperwater ingeruild voor de lawaaierige Sloterplas in Amsterdam West.
De vangst van mijn eerste Frankrijk veertiger die meteen een vijftiger bleek te zijn staat nog steeds op mijn netvlies gebrand. Na zoveer jaar pionieren en rondrijden in het beloofde land en altijd achter de feiten aanlopen breekt in 1992 mijn vertrouwen. Dan neem ik de beslissing om niet meer te gaan toeren maar alle pijlen te richten op één water “Foret d Orient’. Die beslissing blijkt goud waard want na een moeilijke begin periode lukt vanaf 1995 mij echt alles. Tijdens een voorjaarsessie in 1995 veranderd één nacht mijn complete visserij. Na 19 vissen van laag in de twintig pond (hoogst ongebruikelijk in die tijd op Foret) komt ineens de megabak aan de oppervlakte en dat moment zal mij altijd bijblijven. Daarna volgt de één na de andere megabak. Ik vis daar door met veel succes tot 1998. Vanaf dan pak ik het pionieren weer op.
Dat is natuurlijk heel gemakkelijk voor mij, een echte karper visboot! Zonder boot ben ik echt verloren. Ik ben zo verschrikkelijk verwent daardoor, de boot geeft mij de mogelijkheid om te vissen op plekken waar niemand kan bijkomen. Daarnaast vind ik het heerlijk om alle materialen lekker dicht bij me te hebben.
Een uitgebalanceerde rig heeft volgens mij op een zwaar bevist water absoluut meerwaarde. Die meerwaarde is misschien maar een paar procent maar dat kan echter net genoeg zijn. Ook op een niet zwaar bevist water zal je rig echter moeten kloppen. Ik hecht veel waarde aan de materialen waaruit een rig bestaat en zorg ervoor dat de haak altijd goed zijn werk kan doen, namelijk prikken en vasthouden. Ik houd niet van onnodig moeilijke rigs en ben ook altijd bezig de door mij veel gebruikte rigs te vereenvoudigen. De rig die ik het meest gebruik is een combi-rig van afstripbaar onderlijnmateriaal zoals Green Hornet of Jellywire. Sinds dit jaar gebruik ik een nieuw materiaal van PB namelijk Skinless. Het enorm stijve gedeelte (en toch super dun) van dit materiaal zorgt ervoor dat de rig bijna nooit snel tijdens het inwerpen in de war raakt. Het voorste stukje is minimaal vier centimeter tot de haak afgestript. Dit gedeelte is soepel genoeg om gemakkelijk door de karper opgezogen te kunnen worden en het plooit zonder moeite om de bek van de vis. Een vlijmscherpe haak kan hierdoor goed zijn werk doen. De lengte van mijn rigs wordt ter plekke aangepast aan de bodemstructuur en de te vissen afstand. Mijn favoriete haak is een semi longshank die goede draaieigenschappen heeft. Toch accentueer ik dat nog even (verleng) doormiddel van een stukje harde plastic rig tube die ik line aligner. Ik gebruik bijna nooit krimpkous omdat ik alleen maar overdag vis en dus nooit een brander bij me heb om even een fluitketel water op te zetten. Het harde stukje hard plastic tube (geen zachte silicone slang) vervangt de krimpkous moeiteloos.
Een inline loodsysteem geniet mijn voorkeur omdat het directer druk zet op de haakpunt tijdens de eerste prik. Een wartel lood in combinatie met een loodclip geeft naar mijn idee te veel speling. Door die directe druk van het inline is het voor mij mogelijk om minder zwaar lood te gebruiken. Hierdoor kan ik ook weer een kleiner maatje haak monteren zonder dat een zwaar lood die tijdens de dril doet loswrikken. Ik weet zeker dat alle onderdelen van het zelfhakingssysteem elkaar kunnen beïnvloeden. Daar houd ik dus altijd rekening mee.
Partikels gebruik ik al jaren niet meer want ik ben ervan overtuigd dat voeren en vissen met alleen boilies grotere vissen oplevert. Door de jaren heen heb ik altijd met readymade boilies gevist en ik ben er nog nooit door iemand afgevist zoals de homemade liefhebbers ons zo graag doen geloven. Ik geloof heilig in stekkeuze, een gouden boilie op een verkeerde stek zal nooit een vis opleveren maar een ‘slechte bal’ op een gouden stek wel! Ik gebruik al 15 jaar met Martin SB boilies en heb daar altijd goed mee gevangen. Het afgelopen jaar heb ik echter gekozen om daar mee te stoppen en te gaan experimenteren met bollen van diverse fabriekanten.
Om de vissen te verwarren maak ik graag gebruik van meerdere formaten tegelijk zoals bijvoorbeeld 15, 20 en 25mm bollen. Daarnaast gebruik ik zelden een hele boilie, zelfs niet om te voeren. Tijdens een visdag ben ik altijd bezig boilies te breken in kleine stukjes. Ik heb grenzeloos vertrouwen in het gebruiken van gebroken boilies omdat ik heel vaak heb waargenomen dat juist dat soort stukjes het eerste op een voerstek door de vissen wordt weg gegeten. Omdat ik alleen maar korte sessies vis is dat voor mij een heel belangrijk gegeven.
Zoet of vis maakt mij niet uit, ik kies naar aanleiding van het te bevissen water. Op een water waar ik last zou kunnen krijgen van kreeftjes, krabben of meerval kies ik voor een zoete boilie. Mijn favoriet voor Frankrijk was de Gebrande Noot.
Sinds drie jaar heb ik het nachtvissen zoveel mogelijk afgezworen. Als je zoals ik al 25 jaar lang in een tentje aan de waterkant slaapt heb je dat op een gegeven moment wel gehad. Daar komt nog eens bij dat de jaartjes bij mij gaan tellen en het slapen op een bedchair niet echt bevordelijk is voor mijn gezondheid. Ik vis alleen nog af en toe in Frankrijk een nachtje omdat het daar op sommige wateren niet mogelijk is om een paar dagen voor te voeren en vervolgens af te romen. Door de grote aantallen vissers die op de Franse wateren vissen zit er dan altijd wel eentje net op de voerstek. Dit heb ik afgelopen sessie op een groot meer in het zuiden helaas ook weer ondervonden.
Drie geleden heb ik mij ook ten doel gesteld om na jaren van pionieren en vissen in Frankrijk nu ook weer eens mijn thuiswater goed aan te pakken. Verder wilde ik ook heel graag een Nederlandse veertigponder vangen. Om het thuiswater goed aan te kunnen pakken heb ik gekozen om er uit een boot te gaan vissen om stekdressuur zoveel mogelijk te vermijden. Het tweede voordeel van het vissen op stekken die van de kant af bijna niet te bereiken zijn is dat je er ook mooi ongestoord kan voorvoeren. Nu twee en een half seizoen later bleek dat een gouden beslissing. Al heeft de climax op zich laten wachten tot een mooie novemberdag vorig jaar. Die dag ving ik twee veertigers achter elkaar, toen de één net was uitgedrild en in het schepnet lag diende de tweede zich aan op de andere hengel. Inmiddels heb ik zeker 90% van de topvissen gevangen met daarbij drie van de vijf veertigers. Ook de twee andere bekende veertigers heb ik al gevangen alleen niet op hun top gewicht. De weegklok bleef bij deze toppers net onder die magische grens steken. Door dit resultaat is de drive op het thuis water dit jaar een stuk minder omdat ik nu wel erg veel dubbele vissen vang. Toch blijf ik er wel terugkomen omdat het vissen daar vanuit de boot gewoon heerlijk is om te doen.
Daar houd ik van, een nieuw en liefst zo groot mogelijk water. Dat is waar ik mijn voldoening vandaan haal. Meestal vis ik de eerste dagen niet en vaar zoveel mogelijk rond met de dieptemeter. Op grote en vooral diepe meren zoek ik als eerste naar de ondieptes. Baaien waar het water tussen de bomen doorloopt genieten mijn voorkeur. Ik laat mij graag vanaf het begin van zo een baai drijven naar de kant en herhaal dat een aantal keren. Op die manier ben ik vaak karpers tegengekomen die dan net voor of tussen de bomen lagen te zonnen. Daar begin ik meestal met voeren en ga pas vissen na een keer of drie heel verspreid te hebben gevoerd. In die tussentijd ga ik door met het zoeken naar hotspots zoals bijvoorbeeld een plateau of een mooi uitgestrekt wierveld. Vang ik een vis dan zak ik hem altijd voor een paar uur om te zien wat de karper heeft gegeten. Daarna ga ik dan op zoek waar dat voedsel zich zou kunnen bevinden. Vind ik die plekken dan ben ik een grote stap verder want een natuurlijke voedselplek is één van de beste stekken die ik zou kunnen bedenken.
Even een voorbeeld: vorig jaar beviste ik een groot meer in Frankrijk waarvan de bodem vrijwel geheel bestond uit zachte modder. Gelukkig wist ik redelijk snel een vis te vangen en na het zakken bleek deze karper een groot aantal driehoeksmosseltjes te hebben gegeten. Driehoekmossellen groeien nu eenmaal niet in de prut en ik moest dus met een stok op zoek naar hardere stekken. Na een dagje prikken bleek dat één meter voor de rietkoppen van de talrijke baaien de bodem keihard was. Ik ben toen te water gegaan en heb er gevoeld met mijn voeten en merkte dat er heel veel stenen lagen die geheel bedekt waren met die driehoeksmosselen. Natuurlijk ben ik die koppen gaan bevissen en al snel bleek dat een goede beslissing. Twee hengels bleven op de modderstek en twee hengels verplaatste ik naar de harde stekken. In de vijf dagen die volgde ving ik 90% op de harde stekken daar zaten een aantal hele dikke vissen bij.
Niet alleen deze voedselstekken zijn belangrijk, ook de hangplekken (holding area) en vooral de routes tussen de voedsellocatie en de hangplekken zijn echte topstekken.
Mijn grootste droom is te gaan wonen aan een rivier in Frankrijk en daar heerlijk overdag mobiel te kunnen vissen. Deze droom is inmiddels wel heel dicht bij gekomen. Vanaf februari 2009 zullen Esther, Suzanne en ik (zoals het er nu naar uitziet) een huis gaan bewonen direct aan de oever van de machtige rivier de Lot. Daar willen wij heel kleinschalig compleet ingerichte boten gaan verhuren. Deze zijn enorme platbodems (Carolina Skiff) van 6 meter lang en 2.45 meter breed. De boten zijn uitgerust met een cabrioletkap en twee luxe slaapplaatsen. Met deze topboot kun je probleemloos een week helemaal afgezonderd de rivier af issen en het natuurschoon bewonderen. Dit geeft je de kans om een echte megabak uit de rivier te vangen die nog nooit op een onthaakmat heeft gelegen. Door het verhuur van die boten hopen we een kleine bijverdienste te creëren en krijgen we hopelijk door het jaar heen genoeg Nederlands sprekende mensen op bezoek.
Kijk dus ook welke vraag je voorganger je gesteld heeft…
Ik zou de pen door willen geven aan Peter Nys. Een toffe gozer die veel vist en in mijn ogen dus ook veel te vertellen moet hebben.
Piet Vogel
John Caeyers geboren 10-01-1970 te Luijksgestel ( dat grenst aan Lommel ) Getrouwd en een dochter. Mijn baan is bedrijfsleider van een kuikenbroederij. Naast het karpervissen vind ik bezig zijn met fotografie ook zeer leuk.
Ik was zes jaar toen we in België op vakantie gingen er lag een vijver op het terrein verder was daar niks te beleven . De eigenaar voerde de karpers altijd met brood dus de link naar karpervissen was zo gelegd eenmaal een karper gevangen was ik verkocht.
De vangst van de eerste karper aan de korst. Op het moment dat het brood gegrepen werd door die bewuste karper. Door op die manier een karper te vangen is nog altijd de leukste je ziet hem het brood pakken en je hart voel je in je keel.
De beetverklikker. Men kan veel meer in de gaten houden dan alleen de toppen van je hengel en dat levert weer meer vissen op. Ook wordt het nachtvissen er een stuk eenvoudiger door.
Rigs, ik hecht er veel waarde aan. Je wordt tenslotte toch afgerekend op het aantal vissen dat er op de kant komt. Ik houd het liefst zo simpel mogelijk. Als het mogelijk is vis ik met een longshank haak van korda aan een gecoate onderlijn van PB jellywire Zijn er opstakels vis ik met een dikke klauwhaak super snag hook. Is er veel gevoerd vis ik graag meteen klauwhaak korda wide gape. Het systeem dat ik gebruik is een totaal nieuw systeem en wordt binnenkort uitgelegd door Piet Vogel met als naam de weg van de minste weerstand. ( met dit systeem zwemt de vis na lijnbreuk alleen nog maar met alleen de rig rond ) Zeker voor opstakel visserij een aanrader.
Op het water wat ik nu op het moment bevis gebruik ik boilies liefst een grote maat 26mm i.v.m. aanwezige witvis en watervogels als het water onder de twaalf graden komt en de brasem laat het afweten wil ik graag wat kleiner diameter vissen. Als ik over een lange tijd wil gaan voeren gaat mijn voorkeur uit naar een vismeelboilie met veel vismeel maar ook hier stap ik vanaf als het water kouder wordt en stap ik liever over op een birdfood of een lichte vismeel.
Ik vis op een zandafgraving en het is vaak kant visserij. Verder vis ik er altijd op een gevoerde stek. Drie dagen voeren dan vissen.
Als ik het water in kaart gebracht heb ( met boot en dieptemeter ) en een sector gevonden heb die me interesseert begin ik te voeren in een grote oppervlakte dan start ik met vissen op verschillende tijden voor te kijken wanneer de aastijden op het betreffende water zijn. Verzamel ook zo veel mogelijk gegevens van de andere vissers.
Nog veel gezellige sessies te beleven met mijn vismaat Peter Kuppens.
Er zitten er veel meer dan de meeste denken over heel belgié kan ik geen inschatting maken maar het zijn er toch wel enkelen.
Piet Vogel. Omdat die een visserij doet die totaal een andere is dan de doorsnee visser en beleefd zijn visserij op een speciaal manier. De vraag. Wat is er volgens jou de gemaakte fout van het niet haken van de vis in de korda dvd nr 6
John Caeyers
Hoi ik ben Paul Lenglez en ben afkomstig van mijn moeder, haha grapje, ik woon te Mortsel bij Antwerpen tussen veel goede viswaters. In mijn dagelijks leven verzorg ik feesten en banketten, vandaar trouwens ook mijn bijnaam (traiteur) in het kleine karperwereldje. Ik heb nog wel een andere hobby zoals iedereen wel weet. (lacht)
Ik denk dat het in 1983 was, ik was een hevige roofvisser op jacht naar grote meter snoeken en armdikke palingen. Een vriend van me ging op karper vissen op hetzelfde water, ik zag dat totaal niet zitten. Tot hij de eerste, toen kanjers, boven sleurde van 10 kg plus en ik die drills zag, wow adembenemend!!!! Dat moest ik ook kunnen hé. Toen waren er nog geen boillies dus alles met de maïs, super!!! In die tijd hebben ik en Eddy Broeckx op vrijwel alle waters in en rond Antwerpen bijna alle karpers op kant gebracht. (Eddy dat was nog eens een tijd he) Het was toen lekker rustig overal want er viste bijna niemand op karper.
Ik moet zeggen dat elk moment aan het water tot nu toe super was en dat ik ook van elke minuut dan geniet. Karpervissen is iets speciaal en dat zal voor mij altijd zo blijven ook . Cassien is toch iets om niet te vergeten. Al mijn trips naar frankrijk met Peter de Smedt, Luc van den Brande, Marc Pieret, Alain de block, Luc Metten, John van Eck, Jaap de Bliek enz ...... bedankt jongens wat een tijd hé!!!!! Jullie zijn allemaal klasse bakken!!!!
ff denken mmmmmm….mijn teleboot met dieptemeter, en ja, ik gebruik die waar het is toegelaten.
Ik hou het gewoonlijk simpel met rigs, maar ik kan er uren aan zitten knopen, zalig!!! Ik vis gewoonlijk met een pop up. Daar heb ik het meeste werk mee om ze te maken en ook om veel vis te vangen. (lacht)
Meestal ga ik aan de slag met boillies en soms met tijgers ?? Ik vis het liefst met homemade boillies, zoet en vismeel hangt af van het type water en wie er allemaal aan het vissen is en met wat. Meestal doe ik anders dan de anderen en dat vangt altijd! Wat de grootte betreft gebruik ik tussen 12mm en 30 mm, zo weten jullie nog niets hé, maar dat hangt vooral af van het type water en de periode in het seizoen.
De laatste jaren ben ik wel wat rustiger geworden, er zijn nog andere dingen in het leven dan vissen. Vandaar mijn andere hobby, je weet wel weer….hahahahahha. Ik zie jullie al denken !!!!!! De laatste jaren zit ik vooral op waters zoals Hofstade, Waesmeer, Antwerpse forten en het Albertkanaal .
Een nieuw water??? Er veel zijn is belangrijk, van de lokale vissers die er al jaren vastgeroest zitten kan je ook veel te weten komen. Maar observeren is toch ook een belangrijk punt evenals het voeren in mijn visserij!!! Zoals iedereen wel weet deed ik dat graag. Veel was niet genoeg dus kwam ik rap aan 5 tot 20 kg per voersessie. Maar nu zijn de tijden wel iets anders, of ben ik iets slimmer (lacht)
Heel mijn leven zit vol met plannen maar ja he tijd !!!! Maar dit jaar ga ik samen met kris naar itally wat voor mij totaal nieuw is. Ik kijk er naar uit, en kris, we gaan ze vangen hoor ik voel het! We gaan er ook veel fun maken en lekker eten. Frieten, grote cotalossen en natuurlijk scampis met een goed glas wijn of JB, goed spul !!!! Trouwens, door nu hiermee bezig te zijn komen er veel herinneringen naar boven, god wat een leuke tijd. Ik wil dit nog jaren doen hoor. Jullie zijn nog niet van mij verlost !!!
De pen zou ik graag door geven aan John Caeyers, een bak van een gast en veel te vertellen!!! En ik zou graag van John te weten willen komen hoeveel 25kg+ vissen er nu eigenlijk in België rondzwemmen. Want als Nederlander weet hij meer van België dan van zijn eigen land ivm populaties (lacht)
Ok jongens, vang ze, maar wel met veel fun want daar draait het toch om hé .
Groetjes en tot aan de waterkant of ergens aan de toog.
paul lenglez